IB-logo 03
  • ReumaMagazine 6 komt eraan!

  • EULAR 2020 digitaal

  • Finalist Mrs Netherlands Universe 2020

  • Vervuilde paracetamol?

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
zondag, 26 January 2020 20:41

Biologicals veilig afbouwen, hoe doe je dat?

Mensen met reumatoïde artritis bij wie de ziekte rustig is, kunnen overwegen om de behandeling met biologicals veilig af te bouwen. Maar wat is de beste manier om dit aan te pakken en wat vinden mensen met reuma zelf belangrijk als het gaat om het afbouwen van hun medicatie? Onderzoeker Lise Verhoef van de Sint Maartenskliniek zocht het uit. Ze promoveerde eind oktober op het proefschrift Zinnig en zuinig gebruik van biologicals bij reumatoïde artritis.

Sinds de komst van biologicals is het perspectief van mensen met reumatische aandoeningen aanzienlijk verbeterd. Biologicals remmen de ziekteactiviteit en voorkomen op lange termijn blijvende gewrichtsschade. Maar deze groep reumaremmers heeft ook nadelen: ze onderdrukken het afweersysteem waardoor gebruikers bijvoorbeeld een hoger risico lopen op infecties. Ook kan het gebruik van biologicals praktisch belastend zijn: patiënten moeten zichzelf injecteren of naar het ziekenhuis voor een infuus. En last but not least: ze zijn duur. De kosten per patiënt per jaar kunnen oplopen tot 14.000 euro.

De Nederlandse Zorgautoriteit vermeldde in een nieuwsbericht begin dit jaar dat de top 3 geneesmiddelen met de hoogste totale uitgaven in 2016 TNF-alfaremmers waren (adalimumab, etanercept en infliximab). Samen vertegenwoordigden de drie biologicals in 2016 een bedrag van circa 500 miljoen euro.

Stoppen, eenmalig verlagen of stapsgewijs afbouwen?

“Vanwege de nadelen die biologicals met zich meebrengen, zijn er verschillende studies gedaan naar het afbouwen ervan. Die laten zien dat het voor de meeste mensen met reumatoïde artritis die langer dan zes maanden geen ziekteactiviteit hebben, mogelijk is om de behandeling met biologicals af te bouwen. Maar wat is dan de beste manier om dit te doen: helemaal stoppen, de dosis eenmalig verlagen, bijvoorbeeld halveren of stapsgewijs afbouwen op geleide van ziekteactiviteit? In mijn onderzoek heb ik verschillende afbouwstrategieën met elkaar vergeleken”, zegt onderzoeker Lise Verhoef.

Ze vervolgt: “Helemaal stoppen met de biological is niet aan te bevelen. Het leidt tot meer opvlammingen, slechter functioneren en meer gewrichtsschade dan bij andere afbouwstrategieën het geval is. De dosering eenmalig verlagen lijkt goed mogelijk en ook stapsgewijs afbouwen op geleide van de ziekteactiviteit levert geen relevante verslechteringen op voor de patiënt. Deze laatste methode heeft de voorkeur omdat zo voor iedere patiënt de laagst mogelijke werkzame dosering kan worden vastgesteld. Als we kijken naar de balans tussen kosten en kwaliteit, blijkt afbouwen in vier of vijf stappen tot stop van de medicatie de beste resultaten op te leveren. Verder is het bij het afbouwen belangrijk om regelmatig de ziekteactiviteit te meten en de behandeling weer te starten als er sprake is van een opvlamming. Het verhogen van de dosering na een opvlamming is namelijk werkzaam en veilig.”

Unieke studie naar afbouwen van rituximab

Lise Verhoef deed ook onderzoek naar het afbouwen van de biological rituximab, iets wat nog niet eerder is gebeurd. Patiënten met reumatoïde artritis krijgen in de meeste gevallen twee keer per jaar de standaard lage dosis van 1.000 mg via een infuus. Verhoef en collega-onderzoekers onderzochten in een grote studie of die standaard dosis ook lager kan. Een lagere dosis per patiënt kan in Nederland tot een besparing leiden tot circa 10 miljoen euro per jaar, volgens de Maartenskliniek.

Lise Verhoef: “Bijna 150 patiënten met reumatoïde artritis die goed reageerden op de behandeling met rituximab deden mee aan deze zogeheten REDO-studie. De controlegroep kreeg de standaard lage dosering van 1x 1.000 mg, een ander deel kreeg 1x 500 mg en een derde groep 1x 200 mg (de ultra-lage doseringen, red.). We hebben metingen uitgevoerd bij de start van de studie, na drie maanden en na zes maanden. Het bleek dat de ultra-lage doseringen effectief waren voor de meerderheid van de patiënten. Enkele patiënten hadden wat extra medicatie nodig om de ziekteactiviteit onder controle te houden. Wel bleef in alle drie de groepen de gemiddelde ziekteactiviteit laag en kwamen er minder infecties voor in de groepen met ultra-lage doseringen.”

De Sint Maartenskliniek gaat op basis van de bevindingen een afbouwstrategie invoeren om per patiënt de laagst mogelijke effectieve dosis rituximab te vinden.

Wat vindt de patiënt?

Patiënten blijken zelf ook positief te staan tegenover het afbouwen van hun medicatie. Lise Verhoef onderzocht welke onderwerpen zij het meest belangrijk vinden als het gaat om afbouwen. “Patiënten zijn vooral bang voor een opvlamming en de mogelijke invloed daarvan op pijn en hun dagelijkse leven. Verder vinden ze het geruststellend om te weten dat de dosering weer verhoogd kan worden als afbouwen niet lukt en dat het medicijn dan ook weer werkt. Ze hechten veel waarde aan de mening van de reumatoloog en willen zelf graag betrokken worden in de beslissing om wel of niet af te bouwen”, aldus Lise Verhoef.

Dit artikel stond in ReumaMagazine 12, 2019

Meer dossier

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12