IB-logo 03
  • Patiënt cadeau

  • Bikkel van het jaar

  • Hardlopen met Reuma

  • Kevin Lindemans was kinderwethouder van Goes

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
zondag, 19 November 2017 07:27

Kun je ontstekingen bij artrose afremmen?

Het wordt steeds duidelijker dat ook bij artrose ontstekingen in de gewrichten kunnen voorkomen. Die ontstekingen tasten het kraakbeen aan. Artrose is dus geen simpele slijtage van het kraakbeen, maar een aandoening waarbij alle weefsels in een gewricht betrokken zijn.

In ReumaMagazine 6 kon je lezen over het onderzoek dat in het Leids Universitair Medisch Centrum naar artrose wordt gedaan. Ook in het Radboudmc in Nijmegen komen wetenschappers steeds een stapje verder in het begrijpen van de aandoening en in het proberen artrose af te remmen of zelfs te voorkomen.

Peter van Lent, medisch bioloog en projectleider Experimentele Reumatologie in het Radboudumc: “Er lijkt vooral een verband te zijn tussen die ontstekingen en de hoeveelheid slechte vetten (het zogeheten LDL-cholesterol) in het lichaam. (zie ook ReumaMagazine 3). We hebben nu geld van het Reumafonds gekregen om te onderzoeken of het remmen van een nieuw ontdekt enzym de hoeveelheid LDL-cholesterol in de gewrichten kan verlagen en zodoende de progressie van artrose zou kunnen afremmen.”

Meer dan de helft van de mensen met artrose hebben een duidelijk verhoogd aantal ontstekingscellen in het synovium. Het synovium is het slijmvlies dat de gewrichtsholten, scheden rondom de pezen en slijmbeurs bekleedt. Peter van Lent legt uit: “De twee voornaamste celtypes in het synovium zijn de macrofagen en fibroblasten. Macrofagen zijn heel belangrijk bij het ontstaan van artrose. Deze witte bloedcellen zijn in staat om (delen van) andere cellen als het ware ‘op te eten’. Daarnaast scheiden ze ontstekingsstoffen uit waarop andere cellen in het gewricht reageren en ze maken enzymen die rechtstreeks het kraakbeen af kunnen breken. Als je macrofagen uit een gewricht kunt verwijderen, zal de artrose zich minder snel ontwikkelen. Fibroblasten kunnen ook ontstekingsstoffen en kraakbeenafbrekende enzymen uitscheiden en ze zijn daarnaast betrokken bij de verbindweefseling van het synovium.”

Twee stoffen die tijdens artrose door het synovium in grote hoeveelheden worden uitgescheiden, zijn de zogenaamde S100A8 en S100A9 eiwitten en enkele leden van de Wnt (meestal uitgesproken als ‘wind’) familie van eiwitten. Martijn van den Bosch promoveerde onlangs aan het Radboudumc op onderzoek naar de binding van deze Wnt eiwitten die ervoor zorgen dat er schade optreedt aan het kraakbeen. “Wnt eiwitten hebben een grote rol in de ontwikkeling van artrose. Je zou denken dat de oplossing kan worden gezocht in het onschadelijk maken van deze eiwitten, maar dat is te kort door de bocht”, zegt hij. “Als je de Wnt eiwitten in het kraakbeen volledig blokkeert, leidt dat uiteindelijk tot afbraak van het kraakbeenweefsel. Een uitgebalanceerde hoeveelheid van deze eiwitten is dan ook van uiterste noodzaak voor het behoud van gezond weefsel. Maar onderzoek wijst uit dat te veel van deze eiwitten kan leiden tot artrose.”

In het Nijmeegse laboratorium is aangetoond dat Wnt eiwitten meer dan normaal voorkomen in het synovium tijdens artrose, wat de productie van enzymen die kraakbeen afbreken, verhoogt. Toen de onderzoekers kunstmatig de productie van Wnt eiwitten in het synovium verhoogden in verder gezonde gewrichten, ontstond er lichte kraakbeenschade die te maken had met de enzymen die kraakbeen afbreken. De productie van deze enzymen verminderde toen er remmers van Wnt eiwitten werden toegevoegd aan synoviaal weefsel van mensen met artrose nadat deze een gewrichtsvervangende operatie hadden ondergaan. “Dat biedt een opening voor verder onderzoek”, concludeert Peter van Lent.

“Er speelt nog een ander eiwit een rol, het WISP1 eiwit. Dit eiwit wordt geproduceerd als gevolg van Wnt activiteit in de cellen. WISP1 draagt een behoorlijk steentje bij aan de verhoogde productie van kraakbeenafbrekende enzymen. We hebben dit onderzocht bij muizen. Muizen die geen WISP1 produceerden, hadden minder kraakbeenafbrekende enzymen in het synovium. Dat betekent dat WISP1 een centrale rol kan spelen in de effecten die Wnt eiwitten hebben op het gewricht. We hebben ons nu vooral gericht op de afbraak van het kraakbeen in de gewrichten, maar het is heel goed mogelijk dat Wnt eiwitten ook een rol kunnen spelen in de verbindweefseling van het gewricht en in de botnieuwvormingen die aanwezig zijn in de gewrichten van mensen met artrose. We hebben nu een stukje van de puzzel opgelost, maar om verder te komen zijn andere studies noodzakelijk. Daarom ben ik zo blij met het geld van het Reumafonds.”

Meer reumanieuws

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15