IB-logo 03
  • Hardlopen met Reuma

  • Coördinator Ervaringsdeskundigheid Christa Grootveld

  • Volop aandacht voor patiëntenperspectief

  • Lees ReumaMagazine 3 zonder losse eindjes

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
zondag, 19 November 2017 07:31

Jicht

“Jicht wordt vaak gebagatelliseerd”, zegt Tim Jansen, reumatoloog bij VieCurie in Venlo en Venray. “Veel mensen, ook artsen, denken dat het probleem wel meevalt en bovendien makkelijk oplosbaar is. Nou, daar valt wel wat op af te dingen.”

Jicht begint meestal in een grote teen of een wreef, kan een stekende pijn geven, en tot werkuitval leiden. Het vergroot de kans op hart- en vaatzieken. Het komt vaker voor dan reumatoïde artritis of de ziekte van Bechterew. De diagnose wordt vaak oppervlakkig gesteld. En last but not least, niet iedereen reageert even goed op de bestaande medicatie.

Wat jicht is, dat is wel duidelijk. De pijn ontstaat door een ontstekingsreactie op een overmaat aan urinezuurkristallen in het bloed, die neerslaan in of bij een gewricht. Jicht komt daarmee voort uit een stofwisselingsprobleem. Meestal zit de eerste pijnlijke ontsteking in een teen of wreef, maar het kan ook een ander gewricht treffen. Uiteindelijk ontstaat rond dat gewricht een knobbel, een zogeheten tofus.

De ontsteking en de pijn ontstaan doordat het ‘inflammasoom’, een elementair onderdeel van het immuunsysteem, heftig reageert op de verhoogde urinespiegel. Bij sommige mensen is dit inflammasoom gevoeliger dan bij anderen.

Ongeveer twee tot vier procent van de bevolking heeft ooit met jicht te maken, en dat zijn meer mensen dan bij reumatoïde artritis of Bechterew, waar het percentage 1 is.

Welvaartsziekte?

Jicht wordt vaak gezien als een welvaartsziekte, maar dat is de halve waarheid. “Overgewicht is zeker een risicofactor, maar er zijn ook slanke mensen met jicht. Bij hen kan de ziekte zijn uitgelokt door genetische factoren. Van de mannelijke Maori’s in Nieuw-Zeeland heeft de helft te maken met jicht, en dat komt deels door hun genetische opmaak.”

Bij de westerse bevolking is veroudering een andere belangrijke factor. “Veroudering gaat vaak gepaard met overgewicht en een verminderde nierfunctie. Een overschot aan urinezuur treedt dan eerder op. Ten tweede kunnen de nieren selectief zijn: sommige sparen meer urinezuur op dan andere. Ten derde kan jicht worden uitgelokt door aspirines en plaspillen, medicijnen die vaak door ouderen worden gebruikt.”

Omdat er soms te makkelijk over jicht wordt gedacht, wordt de diagnose niet altijd even grondig uitgevoerd. “Bij mensen met jicht zie je de aanvallen vaak terugkomen, terwijl dat niet nodig is. Als in het begin de juiste diagnose wordt gesteld en een passende behandeling wordt gestart, dan hoeven na enkele weken tot maanden nieuwe aanvallen niet meer op te treden.”

Jicht wordt vaak behandeld door de huisarts, terwijl voor een goede diagnose speciale apparatuur vereist is. “Wil je dit verantwoord doen, dan moet je beschikken over een polarisatiemicroscoop, en een gewrichtspunctie nemen. Naar mijn mening zouden huisartsen dan ook vaker moeten doorverwijzen, en moeten reumatologen meer gerichte zorg aanbieden: met spoed een grondige diagnose stellen. Nu geven we miljoenen uit, omdat patiënten zich bij herhaling bij de eerste hulp melden.”

Allopurinol

In het eerste half jaar is de behandeling gericht op het verlagen van de urinezuurspiegel van het bloed. “Dat doe je met medicijnen. Het meest gebruikte middel is allopurinol. Negentig procent van de mensen kan dit goed verdragen, tien procent krijgt huid-, maag-darm- of andere klachten. In een enkel geval kunnen zelfs ernstige bijwerkingen ontstaan, zoals het Stevens Johnson-syndroom, een overgevoeligheidsreactie die soms dodelijk is.”

“Maar ook als we na een goede diagnose starten met urinezuurverlaging, krijgt veertig procent van de patiënten nog steeds jichtaanvallen. Dat onderstreept voor mij de urgentie dat we op zoek moeten naar effectievere medicatie.” Alternatieven voor allopurinol worden nu getest.

Op sommige sites valt te lezen dat jicht na een paar weken vanzelf overgaat. “Voor sommige mensen gaat dit zeker op, maar lang niet voor iedereen. Alleen het veranderen van eetpatroon en de aanpak van overgewicht is dus niet genoeg.”

Een discussiepunt in de jichtzorg is het gewenste gehalte aan urinezuur in het bloed. “In Engeland geldt de richtlijn: maximaal 0.30 mmol, terwijl de rest van Europa uitgaat van 0.36 mmol. Ik denk dat de Engelsen gelijk hebben en werk dan ook met hun streefwaarde. In mijn praktijk zie ik weinig nieuwe jichtaanvallen.”

Zolang het urinezuurgehalte te hoog is, kunnen pijnaanvallen optreden. Dit laatste kun je tegengaan met bijvoorbeeld prednison, colchicine of een NSAID. Andere middelen zijn eventueel ook mogelijk.

Jicht-straat

Alles bij elkaar is de jichtzorg zeker voor verbetering vatbaar. “Niet alleen bij de huisartsen, ook in de ziekenhuizen zouden we moeten werken aan sneldiagnose. Een jicht-straat lijkt me een goed idee.”

Tim Jansen doet zelf onderzoek naar medicijnen die beter in staat zijn het urinezuur omlaag te brengen en nieuwe aanvallen te voorkomen. “Waarschijnlijk komen dit jaar nog nieuwe middelen op de markt.”

Meer dossier

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9